|
Niets zo veranderlijk als taal. Elke sociale groep wil zich onderscheiden en taal is een voor de hand liggende manier om te laten zien bij wie je hoort. Zie ook de oude discussie tussen voorstanders van ijskast (oud geld) en koelkast (plebs). Ook de jeugd van tegenwoordig communiceert en chat zich helemaal suf in een eigen geheimtaal. Moeilijk te volgen, ook voor redelijk taalvaardigen. Een groot probleem is de veranderende betekenis van woorden: vet, goor, hard, lauw, wreed, dat werk. Je denkt dat je wordt uitgescholden voor ouwe, maar dan blijkt dat dat eigenlijk een soort geuzennaam is geworden. Over woordinflatie gesproken, de Canadese televisieserie Southpark heeft hier overigens ook iets mee te maken. De impact en lading van het taalgebruik in Southpark wordt alleen duidelijk voor de kijker die genoeg culturele bagage heeft.
Een hippe, aangepaste en ingevoerde Oostenrijkse recruiter twitterde laatst wanhopig of iemand haar kon vertellen wat een kapsalon is. Nou, dat wist ik toevallig: had het net nog gegeten. Of eigenlijk besteld. Hier volgt het recept: vul een aluminium bakje met laagjes friet, shoarma of döner, veel knoflooksaus en sambal, en voor de vitamientjes toch nog wat sla, tomaat en komkommer. Bestrooi royaal met geraspte kaas en doe het geheel onder de grill. Heel goed voor je, zo nu en dan zo'n vette hap. Op Hyves is een speciale afdeling kapsalon gecreëerd, met tips, adressen en ervaringen. Met filmpjes van kapsalon-consumenten. De hairstylisten hoeven zich nog geen zorgen te maken, de kans op spraakverwarring is vooralsnog klein.
Nieuwe uitvindingen of nieuwe producten en verschijnselen hebben een naam nodig. Denk aan camerahond, dat is een politiehond met een camera aan zijn halsband. Veel neologismen komen voort uit het Engels, zoals het vreselijke pimpen (met als uitwas oppimpen). Nieuwe woorden ontstaan ook doordat oude woorden andere betekenissen krijgen. Een schrijnend voorbeeld daarvan is de naam van het zomerhuis van mijn opa. Dertien zomers heb ik op Ameland doorgebracht. Vandaar mijn overdreven hang naar de Waddendiamant, het eiland dat staat voor alles wat voorbij is. Van echt brood en de melkboer met paard en wagen, via ongerepte natuur naar zomerhuis. En dat zomerhuis van mijn opa heette Tampon II. Heel logisch: zijn andere huis aan de Westersedrift in Haren heette De Tampon. Zowel Echte Amelanders als toeristen bekeken ons steeds wantrouwiger dan wel meewariger als we ons adres opgaven. Wij begrepen het probleem niet, een tampon is een drukkersattribuut en mijn opa was immers drukker. Tenslotte bleek de situatie niet langer houdbaar: het huis staat gelukkig nog stevig op het duin, maar voert nu een andere naam. De tijden veranderen en de woorden veranderen mee.
 |