|
De grote Volksschrijver leeft voort. In zijn boeken natuurlijk en deze dagen vooral in zijn uitspraken. Geen speech zonder een toepasselijke quote of vermaning: 'Rechts, respektievelijk links zijn alleen in het wegverkeer en in de architectuur objectieve begrippen'. Die kunnen Joop en Jaap in hun zak steken.
Ik zou zo graag zulks willen zeggen. En mede. 'Ziek worden en sterven, daar hoeven we ons niet mede te bemoeien, want dat gaat vanzelf'. Maar voor een moderne tekstschrijver geeft dat nu eenmaal geen pas.
Archaïsch taalgebruik, ik heb er mijn hele leven al last van. Korter moet het, minder komma's. En wat betekent dat woord in godsnaam. Alleen echte schrijvers mogen alle wetten naast zich neerleggen. Het is dan misschien hun goed recht, maar ik ben stikjaloers op de auteur die, al dan niet met kroontjespen, de inrichting van zijn studeerkamer mag beschrijven in 65 pagina's.
De meeste mooie zinnen zijn helaas niet twitterbaar, kreeg ik laatst getwitterd door @twitcit. Nee, wat wil je in de 140 tekens van een online sms. Maar in de beperking herkent men de meester: net zo lang poetsen en vijlen totdat het er staat, dat is ook een kunst. Met een kleine k, dat wel. Heeft de tekstschrijver misschien ook nog een eigen intrinsieke verantwoordelijkheid? Een soort opvoedende taak? Om mooi Nederlands te schrijven, vreselijke newspeak te verbannen en de grenzen van wat de lezer nog aan kan op te rekken?
Mag ik nog even een quote kwijt? 'Ik schrijf voor mensen en ook voor vele dieren die zelf niet lezen. Dus het moet begrijpelijk zijn wat ik schrijf, als het maar mooi is en troost schenkt aan allen die deze van node hebben.' Treffender kun je het haast niet onder woorden brengen, het citaat is dan ook van Reve zelf. Van node kun je echt niet vervangen door nodig, dat haalt de bodem onder het betoog uit. De tekstschrijver heeft een veel minder belangrijke boodschap, maar moet hij het dan ook met een armer soort taal doen? Wie bepaalt wat verouderd is?
Dit zijn retorische vragen, zo waren ze ook bedoeld. Het is, in deze donkere dagen vóór de Kerst, altijd goed om stil te staan bij de vergankelijkheden van alledag. En je af te vragen wat je wil bereiken met al dat geschrijf. De Volksschrijver heeft nog een prachtige oneliner in dit verband: 'Maar toon mij toch, als oogst van dit rampzalig leven, één regel, die de moeite waard en leesbaar was'. Niets archaïsch aan!
 |